Grou, St. Piterkerk
   
Kerk
 
De aan Sint Petrus gewijde kerk dateert uit de eerste helft van de 12e eeuw en is gebouwd in grijze tufsteen. Fragmenten van de oorspronkelijke bouw zijn nog duidelijk te zien aan de noord- en oostzijde van het koor en aan de noordmuur van het schip. Aan de noordzijde bevinden zich in het tufstenen muurwerk rondbogige spaarvelden tot op de grond. Het koor is in 1653 afgescheiden van het schip en toen verbouwd tot een ruimte met twee verdiepingen. Omstreeks 1870 werd het koorgedeelte verbouwd tot een kosterswoning (beneden) en een consistoriekamer (boven). De kerk is meerdere malen vergroot. Het eerst in de 13e eeuw, toen het schip werd verhoogd. In de 15e eeuw is het schip naar het westen verlengd en voor de tweede keer verhoogd. Met de bouw van de ca. 30 meter hoge toren is men pas in de 14e eeuw begonnen. De toren heeft altijd twee klokken gehad. Deze zijn in 1944 door de bezetters ontvreemd. In 1947 is er een nieuwe grote klok geplaatst, gegoten bij Van Bergen in Midwolda. Een jaar later is daar nog een kleine klok aan toegevoegd. Sinds 1989 bevat de toren ook een beiaard bestaande uit 18 klokken. In het zeskantige torentje op het koor hangt nog een kleine klok uit 1653, gegoten door Jurien Balthasar.

Het interieur wordt overdekt door een houten tongewelf en de muren worden verbonden door houten trekbalken, korbelen en muurstijlen. De preekstoel is afkomstig uit de in 1985 afgebroken Hervormde kerk van Gorredijk en is in 1683 voor die kerk gemaakt. Bij de restauratie in 1992 is deze preekstoel in de kerk van Grou aangebracht. Het heeft een koperen hangsel, waaraan met doopdiensten het zilveren doopvont uit 1709 wordt bevestigd. De banken in de kerk zijn voorzien van houtsnijwerk. Het interieur bevat een viertal herenbanken, twee 17e eeuwse aan de noordkant en twee 18e eeuwse aan de westzijde. Bij dezelfde restauratie is de houten vloer uit de kerk verwijderd en zijn veel grafzerken van adellijke families en van aanzienlijke en welgestelde burgers en boeren weer te voorschijn gekomen. Van de vijf koperen kronen zijn drie laat 17e eeuws. Boven de galerij aan de westzijde bevindt zich een, in 1654 door de grietman Carel van Roorda geschonken, tekstbord van Carel van Roorda. De kerk is een rijksmonument.
 
 
Orgel
 
1850
Op 10 december ondertekening van een contract met Fa. L. van Dam & Zn. uit Leeuwarden voor de bouw van een nieuw orgel. Adviseur is S.W. Velds, die aanvankelijk een dispositie ontwerpt en meerdere orgelmakers aanzoekt.
 
1852-1853
Fa. L. van Dam & Zn. uit Leeuwarden bouwt het orgel, ter vervanging van een orgel uit 1654, gebouwd door Willem Meynderts uit Berlikum. Op 9 januari 1853 is het in gebruik genomen met een bespeling door S.W. Velds.
 
1855
Fa. L. van Dam & Zn. uit Leeuwarden plaatst drie beelden op het front en brengt vijf stukken ornament aan, op en onder het orgel.
 
1858
Fa. L. van Dam & Zn. uit Leeuwarden voegt een pedaalkoppel toe aan het orgel.
 
1860
De frontpijpen worden gepolijst door Fa. L. van Dam & Zn. uit Leeuwarden.
 
1886
Fa. L. van Dam & Zn. uit Leeuwarden herstelt het orgel en maken het schoon. De Portunaal (HW) wordt vervangen door een nieuw register (Violon) zonder de naam te wijzigen.
 
1890
Fa. L. van Dam & Zn. uit Leeuwarden vervangt de Quint 3' (HW) door een Quintadeen 8'.
 
1919
N.V. P. van Dam uit Leeuwarden wijzigt het orgel:

- Het orgel wordt verplaatst naar de andere kant (de koorzijde) van
  de kerk
- Salicet 4' (BW) vervangen door Violon 8'.
- Dulciaan 8' (BW) vervangen door Voix Celeste 8'.
- Fagot 16' (Ped) vervangen door Quintadeen 8'.
 
1972-1974
Fa. Bakker & Timmenga uit Leeuwarden restaureert het orgel:

- restauratie laden Hoofdmanuaal en Bovenwerk.
- Zwelkast (1919?) verwijderd.
- dispositieherstel Bovenwerk.
- nieuwe Salicet 4' en Dulciaan 8', kopie van de Dulciaan uit de
  voormalige Westerkerk in Leeuwarden.
- het orgel wordt weer in de oorspronkelijke mahoniekleur geschilderd
  nadat deze in 1908 was voorzien van de kleur zwart.
 
2011
Fa. Bakker & Timmenga uit Leeuwarden herstelt het orgel. O.a. de orgelkas wordt recht gezet (was 6 cm. voorover gezakt) en de mechanieken worden hersteld. Op termijn wordt de Quintadeen van het pedaal vervangen door een Fagot 16 vt. Vanaf dan is het weer de originele Van Dam-dispositie sinds 1853. Adviseur is Jan Jongepier uit Leeuwarden, maar door diens overlijden in 2011 werd deze taak overgenomen door Theo Jellema uit Leeuwarden. Het orgel is op 11 december weer in gebruik genomen.
 

Dispositie

Hoofdwerk, C - g''' Bovenwerk, C - g'''
  Prestant
Octaaf
Holpijp
Portunaal D
Octaaf
Quintadeen
Roerfluit
Woudfluit
Cornet D
Mixtuur
Trompet
16'
8'
8'
8'
4'
8'
4'
2'
3 st.
3-5 st.
8'
    Salicionaal
Viool de Gambe
Roerfluit
Salicet
Fluittravers
Gemshoorn
Dulciaan
8'
8'
8'
4'
4'
2'
8'
 

Pedaal, C - d' Werktuigelijke registers
  Subbas
Prestant
Octaaf
Quintadeen
Trombone
16'
8'
4'
8'
8'
    Manuaalkoppel
Pedaalkoppels
Tremulant BW
Windlosser
3 afsluitingen
   

  In 1852-'53 in dit orgel de eerste doorslaande tongwerken van Van Dam. Volgens het bestek waren de bas van de Dulciaan en de Fagot 16' doorslaand. Prestant 16' vanaf E in het front. Cornet: c1= 5 1/3 - 4 - 3 1/5  



Verteller : Jan Jongepier (1941-2011)
Duur : 6 minuten en 47 seconden
Bron : Radio opname Omrop Fryslân uit 1996

Organist : Jan Jongepier
Duur : 2 minuten en 22 seconden
Bron : Radio opname Omrop Fryslân uit 1996


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard
 


 
 
Naar menu
 
 
 
 
 
 
 
     
 
     
 
 
 
           
 
           
 
 
 
 

 Audio    🕩